Foto's van de renovatie van de boomgaard =>klik hier<=
| Soort/type | Standplaats | Bloeitijd | Oogsttijd |
| Groene beuk | Rondom | April | |
| Veldesdoorn | Achterzijde | ||
| Haagbeuk | Achterzijde | April/mei | |
| Groene beuk | Achterzijde | April | |
| Liguster | Achterzijde | ||
| Zilverlinde | Achter in haag | half juli | |
| Okkernoot | nabij garage, links achter | ||
| Tamme kastanje | nabij garage, links voor | ||
| Brabantse bellefleur/appel | Boomgaard, links achter | Laat | Oktober |
| Schone van Boskoop/appel | Boomgaard, links voor | Vroeg | September |
| Beurre de Merode/peer | Nabij garage, rechts achter | Midden | September |
| Zoete Brederode/peer | Nabij garage, rechts voor | Laat | September |
| Koningskers/kers | Boomgaard, rechts achter | Laat | Augustus |
| Sch. Spathe knorpel/kers | Boomgaard, links midden | Laat | Juli |
| Reine claude verte/pruim | Boomgaard, rechts voor | Midden | Augustus |
| Sterappel/appel | Boomgaard, midden | ||
| Belle de louvain/pruim | Boomgaard, midden voor | Midden | Augustus |
| Elstar/appel | Boomgaard, midden achter | September | |
|
Oude peer |
|
![]() Zilverlinde |
|
![]() Tamme Kastanje |
|
![]() Brabantse Bellefleur |
Groei van den boom langzaam. Vormt
op latere leeftijd groten boom met dichte kroon. Maakt veel en fijne
zijtakken. Geschikt voor hoogstam en struikvorm. Eist wegens zwakke groei, sterk groeienden onderstam. Verlangt vruchtbare bodem, minder geschikt voor de lichten grond, is zeer gevoelig voor overmaat van water. Bloeitijd laat. De boom is laat vruchtbaar. Is sterk onderhevig aan beurtjaren. Kan in de draagjaren grote opbrengsten geven. Behoorde voorheen tot een van de meest verspreide variëteiten, kwam speciaal veel voor in de fruitcentra in Utrecht en Gelderland. Was in de IJsselstreek een van de hoofdvariëteiten. De belangstelling voor de Brabantse Bellefleur is in latere jaren zeer geluwd door late vruchtbaarheid en de beurtjaren. |
![]() Schone van Boskoop |
Schone van Boskoop, ook wel
Goudreinette genoemd. Het is niet helemaal zeker of het ras een
afgeleide van Reinette van Montvoort is of dat het een zelfstandig
ras is dat vanaf 1853 in Boskoop door boomkweker P.A. Ottolander is
ontwikkeld. Vanaf 1863 verspreidde zich het appelras door de lage
landen. De appels zijn dofgeel tot lichtrood. De kleur is afhankelijk van de ondergrond. Bij boomgaarden met gras kleuren de appels sterker dan bij boomgaarden met aarde. De appels zijn vanaf oktober plukrijp en tussen januari en april is het hoogseizoen. Schone van Boskoop is een stevige, zurige appel en heeft een droge, soms ruwe, schil. Het klokhuis is klein en heeft weinig zaad. |
![]() Zoete Brederode |
Boom groeit matig tot goed. Groeit
langzaam uit tot zeer groten boom, die een hoge leeftijd kan
bereiken. Is niet geschikt voor lichten grond. Ontwikkelt zich goed op zware klei. Bloeitijd vroeg. Is laat vruchtbaar. Draagt echter op latere leeftijd vrij regelmatig en kan dan grote oogsten geven. Heeft weinig last van ziekten. Komt vrij veel voor in Maas en Waal en in Noord-Brabant ten Zuiden van de Maas. Is overigens niet erg verspreid. Heeft als stoofpeer grote waarde. De vrucht kan in gewone bewaarplaatsen tot in Mei bewaard worden zonder noemenswaardig verlies. |
![]() Koningskers |
|
![]() Sch. Spathe knorpel |
|
![]() Belle de Louvain |
De boom groeit vrij sterk en
steil. Maakt veel en fijn opgaand hout. Groeit op vrijwel iederen
grond. Bloeitijd laat. Op jeugdige leeftijd niet vruchtbaar, op latere leeftijd zeer vruchtbaar. Is onderhevig aan beurtjaren. Heeft weinig last van ziekten. Behoorde voorheen tot een van de meest geplante variëteiten. Is in later jaren door betere dessertpruimen vervangen. Verdient echter om zijn goede vruchtbaarheid en flink uitgegroeide vruchten nog wel aanbeveling. |
|
Beurre de Merode |
Boom groeit goed. Vormt op latere
leeftijd grote bomen. Groeit op vrijwel elke grond. Is niet bijzonder vatbaar voor ziekten. Bloeitijd middenvroeg tot laat. Is vruchtbaar, heeft bij volle oogsten beurtjaren. Doyenné de Mérode komt vrij algemeen verspreid voor en behoort tot de beste handelsvariëteiten onder de stambomen. Laat zich goed koelen. |
|
Reine Claude Verte |
Reine Claude Verte is
waarschijnlijk het oudste pruimenras uit de Reine Claudegroep. Het
ras stamt van voor de zestiende eeuw en zou genoemd zijn naar Claude
van Frankrijk, de echtgenote van koning Frans I van Frankrijk. Het is een relatief kleine pruim. De vruchten zijn rond, hardgroen tot geel van kleur, sappig en vlezig. Het vruchtvlees smaakt zoet en aromatisch. De pit laat gemakkelijk van het vruchtvlees los. De bomen dragen pas op latere leeftijd en zijn daarna gewoonlijk slechts matig en onregelmatig productief. De bloemen zijn niet zelfbestuivend en moeten worden bestoven met het stuifmeel van andere pruimenrassen. |
|
Sterappel |
De boom groeit betrekkelijk
langzaam, steil en maakt fijn hout. Kroon pyramidaal, betrekkelijk
smal. Vraagt over het algemeen lichtere, goed droog gelegen grond.
Bloeitijd laat. Boom is laat vruchtbaar. Draagt echter op latere
leeftijd bij goede behandeling regelmatig. Heeft weinig last van ziekten. Komt veel voor in Limburg en Brabant langs de Maas. Is voorts vrij algemeen verspreid. Vruchten zitten los aan het hout. Heeft last van "laten val" . Beschutte standplaats gewenst. Wordt in de regel tijdig geplukt en buiten uitgelegd voor nakleuring. |
|
Elstar |